– en waarom het oplossen van veertigersdilemma’s niet altijd om een rode Porsche vraagt –
Ik sla mijn armen om Sara heen en geef haar een kus op haar wang. ‘I know, lieverd, I know.’ Sara duwt me stevig tegen zich aan, geeft me een aai over mijn rug en draait zich om – op weg naar de keuken. ‘Wijn of thee?’ vraagt ze over haar schouder. ‘Wijn. Vanavond vraagt om wijn.’ Ik hoor haar gegrinnik terwijl ze de keukendeur opendoet. Ik doe mijn ogen dicht en richt mijn gezicht naar de zon. Het is april. Rokjesdag is een feit en de lentezon wint aan kracht. Boven me kleurt de eerste bloesem de bomen roze en bewegen de knoppen van nieuw blad zachtjes heen en weer in een nog frisse lentebries. Het is haast meditatief. ‘Misschien helpt een eat/pray/love-je’, roep ik binnen die gedachte richting keuken. Sara’s blonde hoofd verschijnt in de deuropening. ‘Een wat?’ Fronsend en met een vragende blik in haar ogen. ‘Een eat/pray/love-je. Scrabblewoord.’ Sara schudt lachend haar hoofd en verdwijnt vervolgens weer in de keuken. Om een minuut later met in haar ene hand een fles wijn en in haar andere hand twee wijnglazen en een zak chips de tuin in te lopen. Haar ‘wel een leuke film’ bevestigt me dat ze begrijpt waar ik op doel. ‘Maar ik denk dat dat wat rigoureus is. En het niet per se overzichtelijker maakt.’ Ze heeft gelijk. Zoals ze wel vaker gelijk heeft. ‘I know’, volg ik haar opmerking. ‘Plus dat je jezelf in een eat/pray/love-je gewoon meeneemt.’ Sara knikt en neemt een slok Verdejo.
Ik schuif mijn zonnebril in mijn haar, doe m’n ogen dicht en voel de zon op m’n gezicht. Flarden van gesprekken en gelach, en het geluid van een bal die verderop tegen een muur stuitert fungeren als soundtrack van de zich rap aandienende lente. De walm van de Green Egg van de buurman dwarrelt over onze hoofden – de geur van ‘bijna zomer’, maar ook de geur van ‘ik gok dat die ribeye twintig minuten geleden al doorbakken was’. Ik voel Sara’s hand op mijn arm en draai mijn hoofd naar haar toe. ‘Je hoeft het echt nu niet allemaal te weten, lieverd.’ Ik leg mijn hand op de hare en knijp kort in teken dat ik haar gehoord heb. Ik voel mijn horloge trillen. Een WhatsAppbericht van de oppas: de kids willen ijs halen. Ik app haar dat de stempelkaart van de ijssalon in de bovenste la van het dressoir in de woonkamer ligt en richt mijn gezicht weer naar de zon. Vastbesloten om elke zonnestraal mee te pakken en de voorraad vitamine D aan te vullen. ‘Dit verwarmt m’n ijskoude hart.’ Ik hoor Sara naast me een lach inslikken en wacht op haar ‘Chris…lief zijn voor jezelf.’ 3, 2, 1. ‘Chris…’ Ik lach. ‘Lief zijn voor jezelf’, klinkt er in koor. Sara stoot me aan. ‘Ben ik zo voorspelbaar?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Gelukkig wel.’ Ze weet wat ik bedoel. In dit geval is voorspelbaarheid een veilige haven waarin oordeel geen plek heeft en ‘we ruimen het wel weer op’ de norm is. Ik gun iedereen een vriendin zoals Sara.
Veertigersdilemma’s. Ik denk dat ik ‘last’ heb van veertigersdilemma’s, want hoe meer ik met vriendinnetjes (en vrienden) de – for lack of a better word – chaos in mijn hoofd deel, hoe duidelijker het me wordt dat het gros van mijn sociale (golden) circle met dezelfde twijfels dealt. In meer of mindere mate.
M’n werk is leuk, maar wil ik dit nog tien jaar doen? Ga ik na een jaar zonder toga voor die herintreding als advocaat en dat proefschrift of focus ik me meer op mijn werk als mediator en ga ik daarnaast aan de slag met die thriller die ik graag wil schrijven? En ja, die schoorsteen moet ook roken – waarbij ik de verantwoordelijkheid van ‘ik ben de enige ouder en volledig financieel verantwoordelijk’ meer en meer op mijn schouders voel drukken. Het huis waar de kids en ik in wonen vind ik krankzinnig groot – ik wil graag kleiner. Kleiner voelt overzichtelijker. Maar de plek is prachtig. Een kleiner huis vind ik een fijn idee, maar verhuizen is wel gedoe. Al is het ook spannend op een leuke manier en biedt het ruimte voor een ‘schone lei en frisse start’. Dat laatste is altijd een goed plan. Is het handig om een groter deel van mijn inkomen te beleggen in plaats van stallen op een spaarrekening? Maar dat vind ik spannend en wil daar volledig in character dan wel zelf de regie in hebben en dat niet via een tussenpersoon laten lopen. Al is ‘zelf de regie’ natuurlijk wel weer een forse investering qua tijd. En heb ik daar dan wel zin in en tijd voor? Want ik wil zoveel mogelijk tijd met Quint en Magalie doorbrengen. Plus, ‘s avonds een film kijken op de bank klinkt wel aantrekkelijker dan avonden lang financieel nieuws bijhouden. Ik heb werkelijk geen flauw idee. En qua relaties: ik vind mannen heel leuk (heel), maar af en toe zo ingewikkeld (waarbij ik me realiseer dat dit volledig wederzijds is). Waar ik aan de ene kant heel goed weet wat ik daarin wel en niet wil, is er ook een factor onzekerheid en kwetsbaarheid. Want door je open te stellen voor die ander en voor een relatie open je ook de deur naar mogelijk verdriet. Waarbij ik mezelf er dan telkens weer aan herinner dat die deur naar meer geluk er net zo goed is. Omdenken. Want ik ben het wel waard. But darling, what if you fly. En wat als je wel over vijftien jaar samen – kids het huis uit – samen hand in hand bovenop een berg van de zonsopgang staat te genieten. Dat dus.
En dit zijn dan de ‘kleinere’ dilemma’s die ik in verschillende – maar oh zo herkenbare – variaties ook bij vriendinnetjes terug hoor. De grotere dilemma’s zorgen voor ‘halve nachten wakker’. Want wat nu als er iets met mij gebeurt. Voor de kids heb ik het geregeld, maar ik wil niet dat dat noodplan ingezet moet worden. Want ik vind ons leven veel te leuk en ik wil nog zoveel herinneringen maken – grote in de vorm van mooie reizen en kleine in de vorm van schaterlachend koekjes bakken in de keuken. En als we dan toch binnen die grotere dilemma’s aan het verkennen zijn: wat als we het even helemaal anders doen? Dat ik een baan accepteer aan de andere kant van de wereld en de kids en ik in het buitenland gaan wonen? Want avontuur. Maar ook: hier in 030 is mijn village en Quint en Magalie voelen zich hier thuis. Ik weet dat mijn village er is ongeacht de postcode waar mijn bed staat en dat Quint, Magalie en ik overal een thuis hebben. Want thuis zit in ons, niet in stenen of een plek. Maar toch. Thuis is toch ook waar de Domtoren staat.
En deze dilemma’s nemen dus standaard rond een uur of vier ‘s ochtends vol bezit van m’n brein. Bij lange na niet elke nacht, maar tijdens die nachten waar ik rond een uur of half vier/vier wakker word (is het de perimenopauze of is het die ‘toch nog een aflevering van the White Lotus’ van de avond ervoor?) is het vaste prik. Ook dat is iets dat in m’n golden circle heel ‘normaal’ lijkt te zijn. Dus bespreken we deze dilemma’s en masse met elkaar. En met de coach (al kiezen meer en meer van mijn vriendinnetjes steeds vaker voor wat sessies met een psycholoog – iets met het doorbreken van patronen en transgenerationeel trauma). Want veertigers in Utrecht Oost hebben een coach. Onderdeel van de starterskit. Overigens begreep ik laatst van buurman Tom dat het aanschaffen van een rode Porsche Taycan (‘wel de 4s, want je moet nooit voor het instapmodel gaan’) de scherpe kantjes er ook vanaf kan halen. Ik houd het voorlopig bij m’n Urban Arrow (a.k.a. de bakbicyclette). En bij de gesprekken met de psycholoog. Die beaamt dat lieve Sara gelijk heeft. Ik hoef het nu ook allemaal niet te weten.
Ik neem een slok van de koude Verdejo. ‘Ik hoef het nu ook gewoon allemaal niet te weten. En jij ook niet.’ Als ik het vaak genoeg hardop zeg, blijft het vanzelf hangen. Sara slaat haar arm om me heen. ‘Precies, en ik ook niet.’ Ik knik en tik haar glas aan met het mijne en toost ‘Op avonden in de zon. Op goede wijn en beter gezelschap. Op de liefde. Op dat we het allemaal nu ook niet hoeven te weten.’ Ik leg mijn hoofd op Sara’s schouder. ‘En anders is er altijd nog die Porsche. Als noodplan.’ Ik proest een lach uit en tik mijn glas weer tegen het hare. ‘Oh, en vooral op geluk. Want geluk is eigenlijk echt niet zo moeilijk.’ Ik herinner mezelf daar zo vaak mogelijk aan. Sara neemt een slok en echoot ‘Op geluk.’
Op een lenteavond in april is geluk zo eenvoudig als zonder jas naar buiten, het geluid van de klokken van de Dom in de verte, sushi die onderweg is met de bezorger, tjilpende vogels op de schutting, de geur van bloesem boven je hoofd en twee veertigers die koude Spaanse wijn in de zon drinken. En die veertigersdilemma’s even laten. Want we hoeven het nu ook allemaal niet te weten.
