– en waarom alleenstaand moederschap een species overschrijdende keuze is –
‘Chris…’ Ik hoor Bas aan de andere kant van de lijn zuchten. Ik kijk omhoog. Naar het nest in de gouden regen die boven mijn voordeur groeit. En kijk recht in de ogen van Berta: De Duif. Berta die voor het tweede jaar op rij bedacht heeft dat onze gouden regen dé plek is om haar levenskeuzes (or lack thereof) uit te broeden. Drie keer per dag duivenkak en opgedroogde wormen (Berta’s baby daddy kan niet zo goed mikken) wegpoetsen uit de voortuin is niet mijn hobby, maar die tjilpende kuikens vind ik dan wel weer erg gezellig. Onze rode kater Pablo denkt hier overigens net zo over – al is zijn incentive wellicht iets anders dan de mijne. De rode haarbal is al zeker een dag of drie niet weg te slaan bij het raam naast de voordeur. Berta gooit deze broedronde zes, want Pablo is een binnenkat. And so she lives to fight another day. En haar kuikens ook.
‘Nou, met drie katten en een hond in huis run ik al een half safaripark.’ We wonen in een oud huis, dus daarnaast zit een verdwaalde veldmuis in de winter ook in het basispakket. ‘En met al die vriendjes en vriendinnetjes die de kids mee naar huis slepen lijkt het hier drie dagen in de week verdacht veel op een kinderdagverblijf. Met vol pension. Dan kan dat tehuis voor alleenstaande moeders er ook nog wel bij.’ Ik kijk Berta aan. ‘Berta, ik ben niet verantwoordelijk voor jouw levenskeuzes. Pootjes bij elkaar de volgende keer,’ spreek ik haar streng toe. Bas verslikt zich hoorbaar in zijn – ik check mijn horloge: 10 uur en dus net randje te vroeg voor wijn – koffie. ‘Hier moet je over bloggen’, proest hij uit. Way ahead of you, Bas. De opzet heb ik in mijn hoofd al gemaakt. United against grensoverschrijvende duivenmoeders en hun keuze in baby daddy’s. ‘Uh huh,’ valideer ik zijn suggestie en loop de hal in, ‘on it’, en maak een mental note dat ik straks weer een hoopje duivenkak wegbezem. Luisterend naar een nog naproestende Bas die me deelgenoot maakt van zijn outfitopties voor het familieweekend van zijn lief, loop ik naar de keuken om de waterkoker (ik ben nog steeds niet gezwicht voor een quooker en ben van plan dapper en overtuigend vast te houden aan dit principe) aan te slingeren voor een kop thee. Scottie verschijnt zichzelf uitrekkend in de deuropening. Ik aai de blonde krullenbol over zijn kop en loop naar de hal, de trap op en mijn werkkamer in. Een streep zonlicht valt op mijn bureau. Pablo zit met een blik die alleen als tunnelvisie omschreven kan worden voor de balkondeur. Hij heeft duidelijk ontdekt dat dit een snellere weg naar de gouden regen en haar doos van Pandora (pun volledig intended) is. Ik klap mijn laptop open en parkeer mijn derrière op m’n bureaustoel. Het schapenvachtje op de stoel is nog warm: Pablo verraadt zichzelf. De spinnende terrorist heeft duidelijk een favoriete nieuwe plek voor zijn ochtenddutje. Mijn mailbox geeft aan dat ik vanochtend twintig nieuwe berichten heb weg te werken. Berta’s ‘roekoe’ dwarrelt door de ramen naar binnen. Glimlachend zet ik mijn bril op, schuif de Tekst & Commentaar Erfrecht (voor de niet-juristen en/of zij die weg wensen te blijven van deze beroepsdeformatie: de blauwe verzamelbundel met alle wetgeving die op het erfrecht ziet) naar me toe en open de eerste mail. Bovenaan beginnen en door. En repeat.
Het is een paar uur later. Magalie klimt uit de Urban Arrow (a.k.a. de bakbicyclette) en holt de achtertuin door naar de keukendeur. Ik klik op de afstandsbediening om de garagedeur dicht te doen, pak haar rugzak uit de bakbicyclette (en slik de ‘je rugzak, Magalie’ in – gentle parenting, Christel) en loop achter haar aan. Haar broer Quint was al vooruit gefietst (met je moeder meefietsen is zó groep 7) en houdt de deur voor haar open. Winst. De kleine rode vulkaan spurt via de keuken door de hal de vestibule in en rukt (for lack of a better word) de voordeur open. ‘Waar is die vliegende rat met haar kinderen?’ hoor ik haar vanuit de voortuin met een keurig Utrecht Oost ‘r’tje roepen. M’n hoofd schuddend hang ik mijn jas aan de kapstok en zet ik mijn tas op het kastje in de gang (die gave materiaalkast uit een oude legertruck die ik bij een interieurloods in Woerden scoorde). ‘Magalie…’ probeer ik enigszins opvoedkundig op te treden terwijl ik me volledig realiseer dat dit een gevalletje ‘nurture’ is. Ik heb haar de term ‘vliegende rat’ zelf bijgebracht. Het is vrij evident dat ik ook maar wat doe, Leute. De DSM-5 zal er vast iets over te zeggen hebben.
21:15. Aimée en ik staan met haar bruine labrador James en mijn blonde krulmonster Scottie in mijn voortuin. Net terug van ons avond-we laten de honden uit maar praten ook de dag door-rondje en allebei met ons hoofd in de nek. Ogen strak op de bewoonster van het nest in de gouden regen. ‘Ze heeft wel hele gemene ogen.’ Aimée is stating the obvious. Ik knik, want ze heeft gelijk. Voor een moeder die mij medeverantwoordelijk heeft gemaakt voor haar offspring straalt ze verrassend weinig dankbaarheid en warmte uit. Wantrouwen. Meer geeft Berta me niet. Ik kijk naar links. Op het zonnescherm naast de gouden regen zit een koerende duif. Lodewijk – Berta’s baby daddy. Berta negeert hem volledig. ‘Zo, kom je ook eens opdagen?’ Aimée vindt iets van Lodewijk’s betrokkenheid. You and me both, Aimée, you and me both. ‘Ik heb een wormenkerkhof voor m’n deur. Iets simpels als Berta voeren lukt hem al niet,’ licht ik Aimée toe. Ik hoor haar naast me snuiven. ‘Typische weekendvader. Heb je helemaal niets aan.’ Ik lach en tik haar met mijn schouder aan. ‘Berta en ik begrijpen elkaar. Solomoeders enzo.’ Scottie duwt zijn kop tegen mijn knie. Hij wil een knuffel. ‘Zouden duiven dat zaadje ook niet gewoon kunnen kopen?’ Aimée heeft haar blik nog steeds op Lodewijk gericht. Ik slik een lach in, faal jammerlijk en kijk schaterlachend naar Berta – die Lodewijk nog steeds volledig negeert. Lodewijk pakt de hint op en vertrekt. Jij en ik kunnen dit Berta. Wir schaffen das.
Ik kijk weg van Berta en haar nest en verder omhoog naar de sterrenhemel. Het is september en het wordt ‘s avonds steeds eerder donker. Glimlachend kijk ik naar de sterrenhemel boven ons. Helder en twinkelend. Look up. Een safaripark, een kinderdagverblijf en een tehuis voor alleenstaande moeders. Liefdevolle chaos. Maar zonder chaos is er toch niets aan.
